zaterdag 8 augustus 2009

Vandaag nog eens tijd en internet gevonden om mijn blog wat aan te vullen.

Vorig weekend zijn we Addis Ababa gaan bezoeken, de hoofdstad. En we zijn Pieter, Nils en ik. Omdat we deze week pas begonnen met ons werk en we nog wel wat tijd hadden. We moesten vroeg opstaan. Om half 5 vertrok de Selam bus naar Addis Ababa, dus moesten we om 5 uur 's morgens beginnen met stappen naar de bus. De elektriciteit werkt hier de helft van de tijd niet, dus het was nog pikdonker. De busrit naar Addis is zo een 350 km en duurt 7 uur met een moderne bus. Met de meeste bussen mag je al blij zijn dat je er geraakt. De kostprijs is 100 birr, dat is zo'n 6 euro. Vrij goedkoop voor wat wij gewoon zijn. Het landschap op weg naar Addis is prachtig om te zien. Het eerste deel van de rit is in de bergen. Als je snel last hebt van reisziekte is dit niet aan te raden. Om de mensen aan de andere kant van de haarspeldbocht te verwittigen wordt er eens goed getoeterd. Een claxon is echt een must hier in Ethiopië. Geen claxon, gene auto. Die wordt ook gebruikt om mensen en dier te verwittigen of van het straat te sturen. Soms moet de buschauffeur echt slalommen tussen de dieren. Ik sta er van verwonderd dat er niet meer ongevallen gebeuren. Na de afdaling kom je voor de volgende 150 km in een uitgestrekte vlakte terecht. Deze vlakte is bijna volledig bedekt met tef-velden. Tef is een endemische grassoort waarvan ze de njera maken. De zure pannenkoek die ze hier als ontbijt, middageten en avondmaal eten met verschillende combinaties. Momenteel zijn de boeren druk bezig om deze velden te ploegen en in te zaaien. Ploegen wordt hier nog met 2 ossen gedaan. De ossen hebben hier een bult op hun rug waar de ploeg perfect achter past.

Wanneer we Addis naderen valt op dat Addis niet meer is dan Jimma in het kwadraat. Meer en grotere sloppenwijken, meer gebouwen onder constructie en vooral meer taxi's en vervuilende camions. Het is een echte stad in opbouw. Addis is ook een stad van grote constrasten. De sloppenwijken staan bijna letterlijk langs het grote, goedbewaakte, luxueuze Cheraton hotel. Maar eigenlijk mag je het niet bekijken als sloppenwijken. In onze ogen kunnen het krotten lijken, maar je kan het beschouwen als een huis bij ons. Je ziet er met schotelantennes, er bestaan er zelfs die je kan huren. Het grote probleem is dat er teveel mensen naar de hoofdstad verhuizen die een dak boven hun hoofd nodig hebben. In Ethiopie is er gewoon niet genoeg organisatie om dat te verwezenlijken, daardoor bouwen de mensen hun huizen met de materialen die ze er vinden en die ze kunnen betalen.

In Addis verbleven we in het Taitu hotel. Het is het oudste, maar zeker niet het vuilste of slechtste hotel van Addis. Je kan er voor een schappelijk prijsje, 99 bir, zo'n 6 euro, een 2 persoonskamer zonder douche huren. Met douche betaal je 220 birr. Is dus een heel verschil. We verbleven er maar 2 nachten dus hebben we een kamer zonder douche gekozen. Het hotel ligt ook redelijk centraal op de Piazza, dus goedgelegen ook. s' Avonds was er een feestje in het cafetje langs het hotel. Er kwam een dj van de UK naartoe. We vonden het een goed idee om er naartoe te gaan. Tijdens mijn verblijf hier had ik nog nooit zoveel blanken bijeen gezien. Ik voelde me even weer thuis. Veel mensen waren geinteresseerd in wie we waren en wat we kwamen doen in Ethiopie. Het is wel plezant dat Ethiopiers zo open zijn. Omdat we moe waren zijn we maar op tijd doorgegaan.

De dag erna zijn we de Mercato gaan bezoeken. De grootste markt van Afrika zeggen ze. We hadden niet goed in onze reisgids gelezen want hij was gesloten. In het weinige volk zijn ze er toch bijna in geslaagd om mijn portefeuille te stelen. Gelukkig had ik het gezien en de dief gaf precies zonder probelemen mijn portemonnee terug. De schrikschijter:). Op de middag begon het ineens ferm te regenen. Na een goed uur kaarten in een cafetje besloten we om naar het nationaal museum te gaan. Daar hebben we Lucy gezien, de oudste 'mens' ooit gevonden.

Vogende week beginnen we aan ons veldwerk. Daar zal ik de volgende keer wat over meedelen

Tot de volgende,

Dries

Geen opmerkingen:

Een reactie posten