Hakam (Goeiedag in het Oromifees),
Het is weer eventjes geleden dat ik nog eens op mijn blog ben geweest. We hebben het dan ook redelijk druk gehad met ons veldwerk. We gaan tch bijna 5 of soms 6 dagen per week op terrein.
De dag dat ik terug kwam van Addis was het mijn verjaardag. Om half vijf moesten we opstaan voor de bus te nemen. Zo kon ik extra lang van mijn verjaardag genieten:). s' Avonds hebben we dan mijn verjaardag op een Belgische wijze gevierd met een paar pintjes. Ik heb me laten vertellen dat ze bij een verjaardag in Ethiopië een bananentaart bakken, lijkt me wel iets lekkers.
De dag na mijn verjaardag zouden we normaal op veld vertrekken. Maar de begeleider had het nog een dagje uitgesteld. De volgende dag zijn we dan om half zeven 's morgens vertrokken. Dat was vroeg, amai. Het had geregend die nacht. Daardoor was het bovenste laagje van de weg modder geworden. Op een harde ondergrond is het dan juist alsof je op ijs rijdt. We hadden wel een goede jeep bij, maar de chauffeur had toch moeite om recht te blijven rijden. Hij reed dan ook goed door. Soms had ik echt het gevoel dat we in een rallyauto zaten. Langs de weg zeulen vrouwen met vanalle handelswaar op hun rug. Ze dragen soms wel meer dan 20 kilogram en maken dat dan vast aan hun schouders met touwen naar het volgende dorp dat wel 20 kilometer ervandaan kan liggen. Maar geen een spiertje in hun gezicht denkt er aan om een zuur gezicht te trekken. Vanaf dat de meisjes kunnen lopen, bij wijze van spreke, moeten ze mee. De mannen gebruiken meestal ezels als hulpmiddel. Zeker zaterdag, wanneer het marktdag is stromen de mensen van de omliggende dorpjes bijeen om waar te kopen en te verkopen. Het is dan moeilijk om op de weg te rijden omdat je overal koeien, ezels, geiten, schapen en mensen tegen komt.
We hebben al heel wat wandelingen gemaakt in het terrein. Onze gids Negatu, die de lokale taal kent en ons door het terrein gidst, is echt een fijne kerel. Hij heeft een tweejarige opleiding gevolgd als development agent. Het komt erop neer dat hij de boeren hier informeert wat ze best kunnen doen om erosie te voorkomen. De boeren komen altijd naar je toe en geven uitleg. Ze zijn altijd enthousiast en blij als we naar hun veld komen kijken. Het is soms moeilijk om bij elke boer te geraken, ze zijn dan wel teleurgesteld, maar als je zegt dat je morgen zult terugkeren glimlachen ze alweer. De wandelingen zijn soms meer dan 10 kilometer met een hoogteverschil van soms meer dan 500 meter. Op 2300m en een vochtig tropisch klimaat is dat geen lachertje. Ik ga conditie hebben als ik terugkom! Negatu loopt altijd voorop. Terwijl de liters zweet van ons afdruipen doet hij een uitleg onderweg. Hij heeft dan nog een jas extra aan omdat het hier zogezegd ‘winter’ is. We moeten hier en daar wel eens een rivier over. Negatu kan dat als geen ander. Hij heeft dan nog gladde leren schoenen aan. En wij maar sukkelen met onze bergschoenen om van de ene rots naar de andere te springen. We worden ook meestal gevolgd door een bende kinderen. Zij lopen dan met hun blote voetjes behendig door de rivier terwijl ze ons aan het uitlachen zijn. En gelijk hebben ze.
Het probleem van de aardverschuivingen is hier wel groot.. Vorige nacht heeft er een zwaar onweer gewoed boven ons gebied. De rivier heeft dit jaar nog nooit zo hoog gestaan. Toen we een korte wandeling hadden konden we verschillende velden zien die verwoest waren. Een veld was voor de helft veranderd in een geul. Grote rotsen van wel 100 kilo zijn afgezet op de oevers en hele bomen liggen in de rivier. Op een nacht moet je denken. Ongelofelijk.
In het stadje hebben we al wat gevonden om lekker te gaan eten. Ale het hangt er vanaf wat ze hebben. Het is hier meestal eten wat de pot schaft. Het is nu 60 dagen vastentijd voor de Orthodoxen hier. Dus meestal is er geen vlees te krijgen, alleen maar in hotels. In een lokaal gezellig restaurantje kan je tadj drinken. Dat is een lokaal drankje dat op basis van honing gemaakt wordt. Ze laten dat dan gisten en het smaakt een beetje zuur, maar is wel lekker. Het alcoholpercentage varieert van 10 tot 20 procent en het glas heeft iets weg van een erlenmeyer in het labo. Meer dan 3 hoef je er niet te drinken. Ook hebben we de lokale cafésport al goed onder de knie. Het noemt carrambola en het heeft een beetje weg van petanquen op een pooltafel. Je moet biljartballen met je handen gooien en zo dicht mogelijk tegen de blauwe bal geraken. Op de zelfde moment staan er kegeltjes in het midden die je niet met je eigen bal mag raken. Wanneer je de blauwe of een tegenstrever zijn bal ertegen speelt levert dit wel punten op. Hoe je moet spelen hangt dan weer van de positie van de blauwe bal af. Je mag ook niet met je eigen bal in een kot geraken. Kort samengevat een zeer gevarieerd spel en best wel plezant. Het eten wat in de meeste restaurantjes valt best wel mee. Soms moet je wat geluk hebben met de zuurheid van de njera. Je vraagt ook wel best om het niet te pikant te maken, want ze durven hier goed wat pepers gebruiiken.
Morgen komen de proffen aan. Dan kunnen we eens vertellen wat we allemaal gezien hebben hier. Ik kijk er wel naar uit..
Tot blogs,
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten